Nieuws


Jan Conserv op avontuur in Tukkerland

Het is alweer heel wat jaartjes geleden dat Jan de jaarlijkse bijeenkomst van het VAP (Vereniging Afgestudeerde Producentjes) met zijn aanwezigheid heeft opgevrolijkt. Drukke werkzaamheden en zware verantwoordelijkheid eisen hun tol. Grijzende haren en een beginnend buikje zijn het zichtbare bewijs van Jan’s dagelijkse beslommeringen als producent. Toch blijft Jan al die jaren trouw zijn contributie betalen. Als tegenprestatie krijgt hij dan ook ieder jaar de uitnodiging om ergens in het land op ontdekkingstocht te gaan. 
Deze keer is de welbekende grote witte envelop met het programma van het jaarlijkse VAP gebeuren al wel heel vroeg in het jaar op de deurmat gevallen. Al voor de grote uittocht naar het zuiden heeft Jan kunnen lezen dat dit jaar de ontdekkingstocht richting Twente zal gaan. En niet zomaar naar een fabriek, nee, naar de nieuwe Beugelsch fabriek. In de brief bij de uitnodiging leest Jan dat het bestuur een ieder die mee wil, aanraadt er snel bij te zijn, want wie het eerst komt, het meest drinkt.

Jan’s gedachten dwalen af, naar de tijd dat hij nog op de Rijksschool Het Producentje zat. Ook toen waren Jan en zijn studiekornuiten toch wel eens naar een bierfabriek geweest?? Vage beelden van een busreis in het donker en veel glimmend koper komen in Jan op, maar hij kan het zich niet meer zo goed herinneren. De kennis op dit vakgebied mag wel eens worden opgefrist. 
Even in de agenda kijken: 11 november 2005, hmmm, MT vergadering, salesmeeting, functioneringsgesprekje, drukke dag zo te zien. 
Jan besluit dat belangrijke zaken voorgaan en vult per omgaande het aanmeldingsformulier in. En zo komt Jan in Tukkerland, en hij is niet alleen. Met honderd-negentien medeproducenten en aanverwante belangstellenden laat Jan zich gewillig meevoeren in de stroom door het grote complex van de Beugelsch brouwerij. Een allerliefste communicatiewetenschapster in wording leidt Jan rond en geeft antwoord op elke vraag die maar opborrelt. En wat geen enkele docent op Rijksschool Het Producentje ooit is gelukt, gebeurt in Tukkerland. Met een verfrissend en helder taalgebruik, niet vertroebeld door onbegrijpelijke vaktermen, ontrolt zich voor Jan’s ogen dwars door de communicatiewetenschap de weg van het bier. 

Veel geneugten des levens beginnen in het keukenblok, dat geldt ook hier. Weliswaar vindt Jan de afmeting van de kookpotten heel behoorlijk, 900 hectoliter is een flinke pan, maar het principe is duidelijk. 
En dan, als het kokkerellen klaar is, moeten de losgeweekte vliesjes en strootjes eraf: even heerlijk de whirlpool in. Jan werpt een blik door de ramen van proefkeuken, waar steeds weer nieuwe bieren in voorbereiding zijn. Verleidelijk ligt daar ook het vrouwelijke hop voor het raam uitgestald. Maar als Jan’s charmante gids vertelt dat deze belle zo barstensvol zit met vrouwelijke hormonen dat een te ruime consumptie kan leiden tot het ontstaan van dito vormen in de borst- en buikstreek, werpt Jan toch tersluiks een bezorgde blik naar beneden. 

Gelukkig laat de gids dit onwelgevallige onderwerp snel weer rusten en verder gaat het, op naar het grote bubbelbad. Daar doet de huisgist zich tegoed aan al het zoets dat de wort te bieden heeft en ligt er genoeglijk te bellenblazen. Jan zou er zo wel bij willen springen, jammer dat het zo koud is. Dat ook voor gist de pret niet eeuwig duurt hoort Jan wanneer zijn gids vertelt dat na een week of twee de thermostaat nog verder omlaag wordt gedraaid. Na tien dagen bij een temperatuur van 1,5 ˚C geeft zelfs de stoerste gistcel het op en zakt af naar het bodempeil. 
Dan wordt het nog jonge bier weggepompt, en gist die zich daarbij niet voldoende gedrukt houdt eindigt, opgepakt door een legertje versteende algen, als mest op het boerenland. Het jonge bier wordt een tijdje voor het raam gezet en kan uitkijken over Tukkerland’s eigen snelweg. En dan, dertig dagen nadat de mout in het keukenblok ondergedompeld werd in echt Enschede’s bronwater, gaat het pils in de welbekende beugelfles. De gids verklapt nog snel even dat de dop voor de veiligheid inmiddels niet meer van porselein is maar van kunststof. 
Jan hoort tot zijn verbazing ook dat er nog veel Nederlanders zijn die na een paar biertjes het verschil niet meer zien tussen een beugelfles en een jerrycan, een asbak of een urinoir. Daarom moeten alle flessen die terugkomen, voordat ze opnieuw worden gevuld, eerst even langs de snuffelaar. Dat geldt al helemaal voor flessen die hun beugel dicht houden: deze zijn zelfs zo verdacht dat ze persoonlijk tegen het licht worden gehouden en bekeken. 

De verpakkingsafdeling brengt Jan weer helemaal terug in de tegenwoordige tijd. De kluwen van transportbanen, fly-overs en wisselstroken doet haast randstedelijk aan. De transportfiets langs de inpaklijn brengt gelukkig de juiste landelijke proporties weer terug en verder gaat het weer, het volgoedmagazijn in. 

In het magazijn ziet Jan de bekende kratten af en aan zweven. 20.000 m2 opslag, goed voor 5 werkdagen drinkplezier. De aanblik van zoveel moois doet Jan verlangen naar de rechtstreekse confrontatie. In de gezellige ontvangstkamer van Beugelsch zijn inmiddels de koffiekopjes vervangen door viltjes en tot grote schrik van Jan blijkt nu dat hij niet alleen had moeten kijken maar ook had moeten luisteren naar zijn lieftallige gids. Een examenformulier grijnst Jan naast het viltje groenig toe. Maar, op dezelfde resolute wijze waarop Jan indertijd Rijksschool Het Producentje heeft weten af te ronden wordt ook deze klus geklaard. Vervolgens stort Jan zich in de voorgeschreven volgorde op de productconfrontatie. Beginnend bij malt werkt Jan zich in rap tempo, via lightbier en pils, naar de grote klap toe. Die klap dreunt nog na in Jan’s oren als hij zich vertwijfeld afvraagt waarom hij bij het afscheid een kennismakingspakket krijgt. 

In enigszins verwarde toestand begeeft Jan zich op weg naar het volgende onderdeel van de jaarlijkse VAP bijeenkomst. Her en der langs de kant van de weg meent hij in de berm auto’s te ontwaren met gezichten erin die hij die ochtend al vaker heeft gezien. Waarom ze allemaal zo ernstig op landkaarten en in stratenboeken kijken ontgaat Jan. Bij het vertrek vanaf Beugelsch heeft iedereen immers persoonlijk van de penningmeester een routebeschrijving gekregen. En nadat hij voor de derde keer de rotonde van Haaksbergen heeft gerond komt Jan aan bij het Wapen van Beckum, waar de soep al dampend staat te wachten. 

Van de rest van de dag ontbreekt er zo hier en daar een bestandje op Jan’s geheugenschijf, zodat hij de verslaggeving verder maar aan een medeproducent overlaat. En als Jan diep in de nacht naast Jantien onder de wol kruipt zucht hij vergenoegd: volgend jaar weer. Jan sluit zijn ogen en zoetjes drijven er beelden langs van Bolsward, de soos, Rijksschool het Producentje en alle andere plekjes die Jan zo dierbaar zijn. Het lijkt al wel 100 jaar geleden. Wanneer was ook alweer dat jubileum? 
Jan zit meteen rechtop en schudt Jantien wakker. “Je hebt ons toch al wel aangemeld voor volgend jaar hè?”. Brommerig antwoordt ze:www.hetvab.nl en draait zich weer om. 
“Geregeld” denkt Jan, en slaapt in na een welbestede dag. 

geplaatst op 24 Jan 2009 door Vab
meer recent nieuws...

bekijk archief